Een cartouche uit de Floristijd

EEN CARTOUCHE UIT DE FLORISTIJD

Volgens van Dale is een cartouche: een patroonhuis, een rolletje munten van dezelfde soort of een omlijst muurvlak met inscriptie.
Wij houden het bij een muurvlak, maar dan wel een uit de Floristijd 1514-1575.
Onze cartouche is een soort perkament dat zich van vier zijden oprolt. In het midden is er een ovaal gedeelte waar dan weer de inscriptie inpast.



Voorbeeld van een afgewerkte cartouche door Antoine Claeys.

OPEENVOLGENDE BEWERKINGEN. Machinale bewerking:

- schaven van het hout in planken. ( vb. 165 x 20 )

- afkorten van de planken: ( vb. 200 )

- zagen van de drager in multiplex, spaanplaat. ( vb. 290 x 230 x 10 )

- 4 gaten boren in de drager om het geheel op de werkbank te schroeven.

1ste aftekening:

- 2 middellijnen trekken op het rechthoekig stuk.

-Omtrek van de cartouche met een mal, carbon of calque aftekenen.

-Ovaal gedeelte aftekenen.

Machinale bewerking:

-Uitzagen van de omtrek met de lint- of decoupeerzaag. Opgepast 1mm. buiten de omtreklijn zagen.

2de aftekening:

-Met het vingerkruishout trekt men op de omtrek een potloodlijn op 5mm van de onderkant om de dikte van de cartouche te bepalen.

Voorbewerking:

Het werkstuk op een drager lijmen met daartussen een blad papier.
Deze techniek gebruiken we om het werkstuk met enkele schroeven vast te leggen op de werkbank.



Tekening door Antoine Claeys.

Het voordeel is:

-men kan de bovenkant van het werkstuk volledig afwerken,

-er staan geen spanklemmen in de weg tijdens de afwerking.

Aankappen:

Met een grote burijn kappen we langs de 4 opgerolde perkamenten.
Vervolgens kappen we met een brede beitel nr. 3 vanuit het midden naar de buitenkant, rekening houdend met onze afgetekende diktelijn van 5mm.



Foto van het aankappen van het middenveld van de cartouche, hierdoor komen de perkamenten vrij.

Aankappen van de perkamenten en voluten



De voluten liggen schuin onder een hoek van 45° t.o.v. het grondvlak.
Opgelet dit is geen rechte- maar glooiende lijn.
Bij deze oefening ondervindt men zeer goed het verschil tussen de kopskanten van de grote perkamenten en het langshout van de kleine perkamenten.




Het aankappen van de voluten gebeurt voornamelijk met de beitelnummers 4, 5, 6.
Men begint aan de basis met de nr. 4, vervolgens de nr.5 en de uitloper met de nr. 6.
Let wel op, de stand van de beitel evolueert mee met de volute om zo het onderkappen te vermijden.




Telkens de volute een paar mm is ingekapt moet men het overtollige hout verwijderen, om zo de druk die de vouw van de beitel uitoefent op de volute te neutraliseren.
Deze bewerking moet enkele malen herhaald worden tot men op diepte zit.




Zo ziet er een afgewerkte volute uit.
De uitdaging is om ze alle twee symmetrisch af het werken.

Enkele tips:

Teken de volute er duidelijk op.

Begin ze in te kappen aan de basis.

Start met beitel nr. 4





Als afwerking rest ons nu nog het medailion te steken waar de inscriptie in past. Met een burijn steekt men de omtrek.
Daarna wordt het middelste gedeelte opgerond en zuiver gestoken.
Een variatie op de burijnsteek kan bijvoorbeeld zijn een parellijst.
Nu rest ons nog enkel de inscriptie te snijden om onze cartouche volledig af te werken.

Luc Van Damme.

Auteur: Antoine Claeys.

Foto’s: Jurgen Claeys.